alzheimercaféDinsdag 16 december.
Thema:     Verlies en Rouw,
Gast:         Wil van Egmond, Pastoraal werker.
 Praten over verlies is geen dagelijks gebruik. We vinden het lastig, het is geen gezellig onderwerp en dus laten we het misschien liever ‘links’ liggen.
Dat is jammer want verlies en verdriet zijn onderwerpen waar ieder mens mee te maken krijgt. Daar komt bij, dat de manier waarop we met verlies omgaan ons kan helpen om op een goede manier in het leven te staan. Daarover samen in gesprek zijn kan ons helpen.
Bij het ouder worden kunnen we te maken krijgen met een veelheid van ingrijpende verliezen;  van werk, van onze gezondheid, van een thuis dat een vertrouwde en veilige plek was, van toekomstplannen en nog veel meer. Ons lichaam laat zien dat kracht en schoonheid afnemen.
We verliezen onze dierbaren aan de dood of aan het leven, bij voorbeeld wanneer een geliefde van ons, vader, moeder, partner, getroffen wordt door de ziekte dementie. Degene die getroffen wordt door dementie verliest heel veel, dat kan gepaard gaan met verdriet, pijn, angst en verwarring. Temeer omdat de mogelijkheden om daar uiting aan te geven afnemen.
Iemand schreef: het grootste verlies is het verlies van je zelf, je eigen ‘ik’.
Voor de nabije anderen is er ander verlies; niet meer kunnen delen wat je gewend was te delen, het verlies van decorum bij je geliefde en heel pijnlijk, de zorg voor de ander niet meer aan kunnen, gescheiden worden.
Samen willen we deze avond praten over verlies en verdriet maar ook over wat ons helpt om verder te gaan.
Wil van Egmond, verpleegkundige en nu emeritus predikant
Graag heten we u allen van harte welkom!
Vooraf aanmelden is niet nodig.
Tijd: Inloop vanaf 19.30 uur Aanvang programma van 20.00 – 22.00.uur
Locatie: De Coppele,  Prunusstraat 69 5061 AS Oisterwijk
Voor meer informatie: Jeanne Verberk 013-5284571 E-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
en op www. Alzheimer Midden-Brabant.
MAATSCHAPPELIJK INLOOPSPREEKUUR
voor alle inwoners van de gemeente Oisterwijk
inloopspreekuurVanaf januari 2015 wordt een maatschappelijk inloopspreekuur georganiseerd in wijkgebouw “De Waterhoef” aan de Terburghtweg 100 in Oisterwijk. Een laagdrempelig initiatief waar alle inwoners van de gemeente Oisterwijk terecht kunnen met hun hulpvragen aan o.a.:
Huurdersvereniging Oisterwijk: behartigt de belangen voor huurders van Woonstichting Leystromen in Oisterwijk en Moergestel. Tijdens het inloopspreekuur zal de Energiecoach van de huurdersvereniging aanwezig zijn en u handige tips en advies geven om energie te besparen.
  • Diaken Kees Schrama: Voor geestelijke bijstand en vragen over de zin van het leven kunt u bij hem terecht.
  • Hulp bij (financiële) administratie: Twee betrokken bewoners uit de wijk Waterhoef zitten voor je klaar om je te helpen de eerste stappen te zetten naar een geordende administratie. 
  • Mentorhulp Oisterwijk: Heeft u hulp nodig in de huishouding, een helpende hand in of rondom uw woning, begeleiding bij bezoek aan huisarts of specialist? Ook mantelzorgers kunnen zij ontlasten door het bieden van gerichte ondersteuning. Kom ook langs als u zélf een helpende hand wilt toesteken.
  • Wijkraad Waterhoef: Voor opmerkingen, vragen of problemen die volgens u door De Wijkraad ondersteund moeten worden. Jouw wijk is jouw zaak, doe mee!
  • Wijkzuster Mirjam Veldhuizen: is het aanspreekpunt en contactpersoon voor ieder die vragen heeft op het gebied van Zorg en Welzijn.
  • Algemeen Belang: zal ook deelnemen aan het maandelijks spreekuur, zodoende kan een ieder zijn of haar hulpvraag deponeren.
  • De wijkagent: is aanwezig om uw verhaal aan te horen en eventuele vragen te beantwoorden.
  • Apotheker Kitty Faber: Wanneer u vragen heeft over het gebruik van uw medicijnen of het gebruik van hulpmiddelen.
  • Bonsai Zorghelpers: Shirley Croes is sociaal pedagogisch hulpverlener. Met haar expertise in de kinder- en jeugdpsychiatrie is zij in staat om uw zoon, dochter of ouder uitstekend te begeleiden op uiteenlopende gebieden.
Vanaf 5 januari 2015 op iedere 1e maandag van de maand, van 14:00u. - 15:00u.
Heeft u vragen of problemen, kom gerust  langs, het kost u niets!
Ouderen die niet van huis kunnen, mogen contact opnemen met
Karin Rentmeester van Mentorhulp Oisterwijk via telefoonnummer 06-47933872.
Weg uit het centrum
logoElisasBelevenissenVerbaasd heb ik de commotie rond het niet plaatsen van de ijsbaan op de Lind gevolgd. Heel wat Oisterwijkers lieten via face-book, twitter en noem maar op hun ongenoegen hierover blijken.
Zelf werd ik door dit bericht niet uit het veld geslagen. Allereerst ben ik geen schaatser en verder heb ik ook niets met zo’n afgesloten tent waarbij een groot deel ingeruimd is voor het bargedeelte.
Zo’n open baan zoals in het verleden had nog wat nostalgisch en bovendien kon je dan als buitenstaander nog meegenieten met de ijspret van de kinderen overdag.
Toen dan ook het voorstel kwam om de ijsbaan te verplaatsen naar de locatie van Piet Plezier was mijn eerste gedachte: “fijn voor de kinderen”. Maar ook dit besluit bracht weer de nodige commotie met zich mee. Het zou te ver zijn voor de kinderen, te gevaarlijk zo in de bossen!
Daar moest ik toch even over nadenken. Langzaam voelde ik ook ergernis bij me opkomen. Hoezo ver? Hebben die kinderen geen ouders die ze met de fiets of met de auto daar naar toe kunnen brengen? En als de kinderen wat ouder zijn doen ze dat toch zelf?
Waarom hebben wij niet meer commotie gemaakt toen alle huisartsen uit het centrum van Oisterwijk verdwenen? Nu zitten ze allemaal bij elkaar op een kluitje aan de Moergestelse weg. Je zult maar oud zijn en geen kinderen in de buurt hebben, niet meer auto kunnen rijden of fietsen en dan nog aan de verkeerde kant van Oisterwijk wonen.

Reken maar dat het blauwe treintje niet richting huisartsenpost gaat rijden!

Else van Helmond

logo60erMeteen bij het begin van ons gesprek wierp hij al een vraag op: “ik ben geboren in 1932 op Kerkhoven in Oisterwijk. Daar stond toen een melkfabriek. Waar is die eigenlijk gebleven?”
Hij vertelt dat, voor zover hij wist, die melkfabriek zonder enige aankondiging was afgebroken. Hij neemt zich voor dit eens voor te leggen aan de heemkundekring. (Later is er een nieuwe fabriek gebouwd langs de Tilburgseweg. Ook deze is inmiddels verdwenen.)
De lagere school volgde hij in de Kerkstraat op de Petrus-school bij de fraters. Kort nadat hij daar op school kwam, begon de oorlog. De lessen gingen gewoon door. Ondanks de gevechten was er toch iedere dag les. Toen de fraters hulp nodig hadden om hout te zagen en te hakken, was hij wat blij dat hij dat mocht doen, zeker omdat het onder schooltijd was. Werken en spelen vond hij leuker dan leren.  In 1947 zat hij in de 7e klas. Die heeft hij maar voor de helft kunnen volgen, omdat zijn vader ziek was geworden. Het was een onduidelijke ziekte. Het had ermee te maken dat tijdens de strenge winter van 1942 vaders oren waren bevroren. Vader heeft maandenlang in het ziekenhuis gelegen en daarna nog thuis op bed, zonder dat ontdekt werd wat hij had. Langzaam knapte vader weer op, maar na een paar jaren kwam de kwaal weer terug.
Thuis hadden ze enkele koeien, varkens en kippen, zoals op iedere boerderij vroeger.
Als 14-jarige jongen moest hij al het werk doen, met alles dat erbij hoorde.
Hij was de oudste van vier jongens. Er waren ook twee oudere zussen.
Omdat hij de oudste jongen was, gingen de ouders er zonder meer vanuit dat hij op de boerderij zou blijven. Toch kwam de dienstplicht toen hij 20 jaar oud was. Voor 18 á 19 maanden moest hij opkomen voor zijn nummer. De eerste vier maanden in de Kromhout-kazerne in Tilburg. Daarna moest hij naar Nunspeet. Dat was een hele stap, want hij was eigenlijk Oisterwijk nog nooit uit geweest. Bij opkomst kwam hij als dorpse jongen op het grote station in Tilburg aan met nog vele lotgenoten.Tot hun verbazing werd ieder van hen uit de massa gepikt en naar een vrachtauto gecommandeerd, die hen naar De Kromhout bracht. “Ze zagen aan onze gezichten dat wij van toeten noch blazen wisten”, veronderstelt hij. In Tilburg had hij zijn militair rijbewijs gehaald, maar dat gold bij het burgerrijbewijs alleen voor personenauto’s. Na zijn diensttijd moest hij het rijbewijs voor vrachtauto nog halen.
Misschien klinkt het raar, maar in die tijd vond men het voor een boerenzoon beter om weinig te verdienen in een boerenorganisatie dan om veel te verdienen in een andersoortig bedrijf. Hij had een uitnodiging gekregen om te komen werken bij een aannemer in de wegenbouw. Beide ouders protesteerden, want dat hoorde immers niet voor een boerenzoon. Toch is hij gegaan. Zijn ouders hebben zich er uiteindelijk bij neergelegd. Hij is slechts 1,5 jaar in dat bedrijf gebleven omdat het gedrag van de werkgever hem niet zo beviel; deze was driekwart van de dag dronken. Vervolgens ging hij naar transportbedrijf Kluytmans. Van grote transportbanden voor het laden van de vrachtwagens was toen nog geen sprake. Alles moest met de hand gebeuren, zoals laden en lossen van stenen en kalkzandstenen. Suikerbieten werden met de riek geladen. Voor dit alles waren er nog geen machines.  Helaas liep het contract voor het vervoer van kalkzandstenen af, waardoor er steeds minder werk was.
 Weer moest hij op zoek naar ander werk. Al gauw vond hij dat bij CHV mengvoeders in Tilburg. Dit was een dependance van de fabriek in Veghel. Daar heeft hij 10 jaren gewerkt tot ook daar de zaak dicht ging. Weer moest hij op zoek naar iets anders.
Ook heeft hij nog vijf jaren gewerkt bij een exportslagerij in Boxtel. Vanwege lichamelijke klachten werd hem geadviseerd ander werk te zoeken. Na nog enkele omzwervingen en fusies was zijn laatste werkadres Brameco in Diessen.
In 1954 ontmoette hij zijn ware liefde in Oirschot. Na vier brave jaren verkering trouwden ze in 1958. Samen kregen ze vier kinderen. Drie van hen wonen in Moergestel en één in Oisterwijk.
Op bijna 62 jarige leeftijd ging hij met prepensioen. Hij had een leven van hard werken achter zich. Daarom moest hij langzaamaan wennen aan minder doen.
Zijn motto is dan ook: “Van werken ga je niet dood.”
Ankie Wessels Beljaars