GERARD HORVERS HUIS

Een gezellige huiskamer in Oisterwijk

Dat er voor ouderen iets gaat veranderen, zal niemand ontgaan zijn.

De overheid verwacht dat ouderen die wat hulp nodig hebben om zich staande te houden in beginsel zelf hun zaakjes regelen. Nederland verandert van een verzorgingsstaat in een participatiesamenleving

Het gevaar dat ouderen vereenzamen en uit beeld verdwijnen, lijkt voor de overheid soms minder zwaar te wegen dan de beoogde bezuiniging.

Het Gerard Horvers Huis wil zich er niet bij neerleggen dat ouderen zich moeten schikken in het kleiner worden van hun wereld. In de huiskamer van het Gerard Horvers Huis kunnen ouderen uit de gemeente Oisterwijk vrienden maken en praten met leeftijdsgenoten.
De gastvrouwen zorgen voor een gezellige omgeving waarin iedere gast zich thuis voelt.

Misschien neemt u het kleiner worden van uw wereld op de koop toe - ouderdom komt nu eenmaal met gebreken en u wilt liever niemand tot last zijn - of kent u iemand in uw omgeving voor wie dat geldt.

Het Gerard Horvers Huis wil u laten ervaren dat het niet zo hoeft te zijn.

Voor nadere informatie of voor het maken van een afspraak voor een persoonlijk gesprek bij u thuis kunt u ons bellen; het telefoonnummer is 013-5210211.

U kunt ook mailen: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Voor ouderen die niet op eigen gelegenheid naar het Gerard Horvers Huis kunnen komen, kan vervoer geregeld worden.

Terug naar boven.

 

VAN GELUK SPREKEN

gelukOp  11 november kloppen we op de poort bij de monniken van Koningshoeve. Het is vier uur in de ochtend. De nacht maakt zich op om in de dag over te gaan. Vijf groepen van zeven mensen krijgen een kamer toegewezen in het klooster met even zoveel gespreksleiders. Ik ben een van hen; laat toegevoegd om vrouwelijke kwaliteit. De goed verwarmde spreekkamer ”Bethanie” is voor drie uren mijn domein. Na een kennismaking van deze “zeven plus een” zal het moeten gaan over geluk; een hogere insteek is nauwelijks denkbaar. De jongste blijkt zesentwintig; de oudste ben ikzelf. Mijn rol is secuur omschreven en extern nauwkeurig voorbereid.

Ik lees een aangereikt gedicht voor. Het gaat over luisteren. Wat is belangrijker dan dat, als je echt in contact wil komen. Geen discussie, maar dialoog is de opdracht. Je eigen gedachten opzij zetten; je openstellen voor wat gezegd wil zijn. “Ieder bewaakt zijn of haar eigen privacy”, is mijn voorstel. Toch komen er dingen op tafel die zelden aan bod komen. In de nachtelijke intimiteit binnen kloostermuren is spreken over en luisteren naar de diepste roerselen van mensen geen opgave. Het werkt eerder bevrijdend. De innerlijke rijkdom van zeven aan elkaar onbekende mensen is misschien ook helend voor wie behalve de ervaring van klein of groot geluk, gewag kan maken van wat het geluk in de weg staat. Ik hoop het maar…Geluk en ongeluk, twee onafscheidelijke grootheden die beiden opborrelen in een gesprek, een ontmoeting als deze. Hoe kan het ook anders? Verrassend  ook hoe de een meteen de diepte in schiet en de ander vlak voor het einde onverwachte onthullingen doet. Wat zijn we verschillend; wat zijn we hetzelfde.

In de pauze drinken we koffie en eten we home-made cake. Ze kunnen er wat van, de paters. Maar zingen doen ze ook. In stilte lopend door de brede kille kloostergangen gaan we ons voegen in het ochtendgebed; de Lauden:

Gelukkig het volk, Heer, dat jubelen mag en wandelt in het licht van uw gelaat…

Gelukkig is de man die wijsheid zoekt. Het brood van inzicht zal zijn voedsel zijn… Gelukkig al wie de Heer vreest, wie wandelen wil in zijn wegen…

Zo goed zo erbarmend is onze God, de hemelse zon zal over ons op gaan.

Een gastvrij ontbijt staat voor ons klaar. Voor een enkeling is de kloosterwinkel nog eventjes aantrekkelijk.

Ik ga naar huis; het is licht geworden….

Ria Schoenmakers van Osch

Terug naar boven.

logo 60erIn een vorige seniorenpagina stonden al gedichten van haar over de brug bij Zaltbommel.  Daarover hebben we nog uitgebreid gesproken. Ook vele andere gedichten en gedichtenbundels kwamen op tafel.

Schrijven is voor Berthy altijd een manier geweest om haar gevoelens te uiten. Dat kon gaan over diepgaande onderwerpen, maar ook gewoon over het geluk dat ze op zeker moment ervoer. Creativiteit zat in de familie. Alle kinderen hebben zich zelfs in de oorlog vermaakt met tekenen, knutselen met materiaal dat voorhanden was en met het schrijven en/of vertellen van verhalen.

Toen ze 7 jaar was, begon de oorlog met een grote klap. Ze woonden vlakbij de brug over de Maas bij Hedel, haar geboortedorp. Deze brug werd opgeblazen door het Nederlandse leger om te voorkomen dat de Duitsers erover zouden trekken. Dat was even een grote schrik. Maar voor de rest speelden de kinderen gewoon door. Natuurlijk waren er ook heel spannende en emotionerende momenten.

Ook moeder kon verhalen maken. Dat deed ze bijvoorbeeld tijdens een bombardement. Dan riep ze de kinderen bij elkaar en vertelde een verhaal. Dat gaf hun toch een gevoel van veiligheid.

Een knikker en een lapje konden een poppetje worden. Met dat poppetje kon een verhaal gemaakt worden etc. Daardoor hadden de kinderen, dankzij een zeer positieve en beschermende houding van de ouders, een onbezorgde jeugd. “Zelfs in de schuilkelders hadden we vaak plezier”, vertelt ze. De pop was onafscheidelijk, zeker op bange momenten.

In 1944 zat het gezin geëvacueerd in Velddriel. De hele bevolking zou moeten verhuizen naar Friesland. Omdat haar moeder ziek was, mocht hun gezin in Beesd blijven. Dat was dichter bij.

De gouden draad (mooie term, gezien haar latere hobby) in haar leven was: de creativiteit van de kinderen. Zo kwamen ze de ellendige tijd van de oorlog door.

In 1945 gingen ze terug naar hun dorp dat was platgegooid. Van toen af begon de wederopbouw. In september 1945 ging ze in Den Bosch naar de zesde klas bij de zusters. Daar volgde ze ook de mulo en later de opleiding tot kleuterleidster.

Ze kwam vaak in een gezin met veel kinderen. Daar ontmoette ze haar latere echtgenoot. Ze trouwden in 1959. Ook nu zijn ze nog gelukkig met elkaar.

Ze heeft vele brieven geschreven en gedichten gemaakt. Meerdere bundels met haar werk zijn uitgegeven. Zelfs één in het Frans. Deze gedichtenbundels zijn zeer fraai geïllustreerd door haar zus. Er staan pentekeningen in die heel bijzonder zijn, zowel door hun techniek als door de voorstellingen.

 

naaldkunstvan Berthy Bookelmann   van EngelenNaaldkunstwerk van Berthy Bookelmann-van Engelen

In 1974 begon ze, zo maar uit het niets, met naaldwerk. Ze begon zo maar en zag wat het werd. Inmiddels heeft ze een heel oeuvre gemaakt. In huis hangen veel van de prachtigste afbeeldingen in heel fijne steken. Ze vond het altijd de kunst om ‘met zo min mogelijk materiaal toch iets te maken’. Je zou bijna zeggen dat dat een gave is, die ze in de oorlog zich eigen heeft gemaakt.

Al van jong af aan observeerde ze veel en voelde stemmingen goed aan. Die ervaringen verwerkte ze in gedichten.

Later ging ze ook haiku’s maken. Ook hiermee heeft ze enkele boeken volgeschreven en zelf geïllustreerd. Het is een indrukwekkende verzameling aan prachtige werken op meerdere gebieden.

In het gesprek kreeg ik de indruk dat ze niet alleen een kunstenares is met haar handen, maar dat ze ook een zekere levenskunst bezit.

Haar levensmotto is: “Wie leeft als een vlinder, vindt altijd een bloem.”  En ook: “Tevredenheid is de weg die naar geluk leidt”.

Grote klasse in alle opzichten.

Ankie Wessels Beljaars

Wilt u ook geïnterviewd worden over uw leven vroeger en nu? Laat dit dan weten aan de redactie van de Seniorenpagina. Adres en telefoonnummer vindt u op deze pagina.

Terug naar boven.