beeldmerk stichting_Rick

speciaalfietsen
 
 
 
 
 
 
 
 

Fietsen met mogelijkheden

Stichting Rick is in oktober 2009 opgericht en heeft als doel het uitlenen van speciaalfietsen en hulpmiddelen aan personen met een beperking.

Ook wordt middels vrijwilligers gezorgd voor begeleiding en wordt vaak in groepjes gefietst.

Zo hebben wij een samenwerkingsverband met zorgatelier WY-zorg in Oisterwijk.

Vrijwilligers kunnen zich aanmelden via ons e-mailadres.

Bij meerdere vrijwilligers hoeven we niet telkens op dezelfde personen een beroep te doen.

De fietsen worden ook ter beschikking gesteld om uit te proberen als iemand een dergelijke fiets wil aanschaffen.

We hebben vier duo-fietsen, een rolstoelfiets, een tandem en een driewielfiets. Ook rolstoelers kunnen er dus met de fiets op uit !

De duo-fietsen en rolstoelfiets zijn uitgerust met trapondersteuning.

De fietsen worden gratis ter beschikking gesteld.

 

Een vrijwillige bijdrage van de gebruiker ten gunste van Stichting Rick is uiteraard welkom. NL10RABO0154 0578 94

De opbrengsten van de uitleen worden weer ingezet voor het aanschaffen van meerdere aangepaste fietsen, persoonlijke aanpassingen en onderhoud.

Stichting Rick is geheel afhankelijk van giften en donaties. Donaties door bedrijven krijgen desgewenst een link naar hun eigen website en vermelding in onze donatielijst.

 

U kunt de fietsen reserveren op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of telefonisch op nummer 013-5219101 Onze website kunt u bekijken op www.stichting-rick.nl

 

Stichting Rick organiseert ook de collecte voor het NSGK (Nederlandse stichting voor het gehandicapte kind) Deze collecte is van 10 t/m 15 november.

Heb je zin om een avond mee te collecteren ? Bel dan met Wil Huijbregts 013-5219101

 

Stichting Rick doet ook mee met de actie Hart voor elkaar van de Rabobank.

Draagt u ons een warm hart toe stem dan op Stichting Rick.

 

Bestuur Stichting Rick

 

 

Terug naar boven.

 

OVER BRUGGEN

Waalbrug 1996Waalbrug 1996Waalbrug 1933Waalbrug 1933

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds ik in Oisterwijk woon (1976) denk ik steeds, als ik over de A2 de brug nader over de Waal, aan de eerste regel van het gedicht van Martinus Nijhoff, dat hij schreef in 1934: "Ik ging naar Bommel om de brug te zien".

De eerste brug was destijds een knap staaltje bouwkunde met zijn overspanning van 913 meter over de rivier (zie zwart-witfoto). Het was een van de vele ijzeren bruggen die in de crisisjaren voor de tweede wereldoorlog over de grote rivieren zijn aangelegd. Aanvankelijk reden er per dag 219 auto's over deze brug.

Ruim zestig jaar later, in 1995, een jaar vóór de huidige betonnen tuibrug (zie foto in kleur) in gebruik werd genomen,  waren dat er 80.000 per dag!

Als hommage aan de dichter kreeg de nieuwe brug de naam Nijhoffbrug.

 

Hier volgt het gedicht van Nijhoff:

 

De moeder de vrouw

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien


dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

 

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer

kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

 

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

 

Rutger Kopland (pseudoniem van Rutger Hendrik van den Hoofdakker, was van beroep  psychiater, maar is bij een groter publiek bekend als dichter) publiceert in 1997 de dichtbundel 'Tot het ons loslaat', waarin hij ook een gedicht over zijn moeder opneemt; in dit gedicht klinkt de echo door van het gedicht van Nijhoff. Net als Nijhoff is Kopland opgevoed met psalmen, maar in tegenstelling tot Nijhoff is hij als volwassene het geloof in een God kwijtgeraakt. Toch klinkt in zijn gedichten, vooral op latere leeftijd (hij is op 11 juli 2012 op 77-jarige leeftijd overleden) zijn hang naar spiritualiteit door en zijn behoefte aan zingeving en aandacht voor het onzegbare. Dat blijkt vooral ook uit de paradoxale bezwering aan het eind van het volgende gedicht:

 

Rutger Kopland

 

De moeder het water

 

Ik ging naar moeder om haar terug te zien.

Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en

leeg, als keek zij naar de verre overzijde

van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien

 

-toen ik daar stond op het gazon, pilsje gedronken

in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd

ging langzaam in die godvergeten eenzaamheid-

misschien zou ’t goed zijn als nu Psalmen klonken.

 

Het was mijn moeder, het lijfje dat daar roer-

loos stond in ’t gras, alleen haar dunne haren

bewogen nog een beetje in de wind, als voer

 

zij over stille waatren naar een oneindig daar en

later, haar God. Er is geen God, maar ik bezwoer

Hem Zijn belofte na te komen, haar te bewaren.

 

Wat ik zo fascinerend vind van het sonnet van Kopland is, dat in de vorm het gedicht van Nijhoff doorklinkt: Kopland gebruikt exact hetzelfde rijmschema en dezelfde rijmklanken.

Veel van de woorden uit het gedicht van Nijhoff komen zelfs terug, maar met een andere lading en een andere betekenis!

In het gedicht van Nijhoff is sprake van een gevoel van geborgenheid en vertrouwen; bij Kopland daarentegen is er sprake van een 'godvergeten eenzaamheid'.

De vrouw (en moeder) in het gedicht van Nijhoff staat aan het roer en bepaalt dus haar koers in vertrouwen op God. 

De moeder van Kopland staat roer-loos in het gras; ze staat stil, is de weg kwijt, heeft geen 'roer' meer om haar koers te bepalen.

 

Een ont-roerend gedicht!

 

Jos Fianen

 

Terug naar boven.