BUURTEN!

buurtenEen praatje maken is in Brabant: 'efkes buurten'. Daar moet je de tijd voor nemen en in deze jachtige tijden komt daar vaak niet van; toch is dat belangrijk als we onze sociale contacten niet willen verwaarlozen. De participatiesamenleving is ervan afhankelijk.

Nieuwe initiatieven worden in onze gemeente ontwikkeld om de sociale samenhang te versterken.

In wijkcentrum De Waterhoef is er een ontmoetingsfeest op zaterdag 14 juni onder het motto "Ontmoet je buur(t). Proef je wijk". Daarover heeft u in de laatste Uitstraling kunnen lezen.

In Moergestel gaat weldra het project "Buurtgenoten" van start (over dit project zullen we op een volgende Senioren Pagina meer informatie geven).

Op het niveau van de wijken is het sociale contact vaak losser: om dit contact te versterken kunnen we het beste 'uitwijken' naar de buurten. Dat wil zeggen: in je eigen buurt je richten op je eigen directe omgeving. Op die manier kunnen we vereenzaming van buurtgenoten tegengaan. Ouderen zijn in deze buurten vaak het meest kwetsbaar; maar er zijn ook vitale senioren, die zich juist kunnen en willen inzetten voor het welzijn van anderen in hun leefomgeving.

Niet stilzwijgend elkaar ontwijken, maar buurten, dat is wat we nodig hebben in onze gemeente.  Met elkaar en voor elkaar!

Dat is ook het motto van de coalitie van de partijen, die vertegenwoordigd zijn in het nieuwe college van B & W.

Die kunnen we daar dus op aanspreken.

 

Jos Fianen

Terug naar boven.

Mantelzorgsaloon gemeente Oisterwijk

mantelzorg

Op woensdag  25 juni a.s.. is er van 13.30  uur tot 15.00 uur weer een  mantelzorgsaloon in Oisterwijk. De deur staat open voor een kopje koffie en gesprek.

De toegang is gratis.

Waar: Gerard Horvershuis, Kerkstraat 48a, Oisterwijk

Ik hoop u graag te ontmoeten.

Uw   mantelzorgconsulent, Liesbeth Lautenschutz, tel: 013-5284080/06 83693001

(Bereikbaar op maandag t/m woensdag)

Terug naar boven.

 

Alzheimer Café Oisterwijk-Moergestel

alzheimer café 

Dinsdag 17 juni

Thema: Het werk van de dementieconsulent

Gast:  Wilma Raaphorst, dementieconsulente

Wanneer je de diagnose dementie krijgt komt er veel op je af. Zelfs als je enige tijd bekend bent met dementie kun je tegen situaties aanlopen waar je even geen raad mee weet.

Een dementieconsulent kan hierbij ondersteunen en begeleiden. Deze weet wat er speelt bij mensen met dementie en bij hun naasten en kent hun vragen en (on)mogelijkheden.

Een dementieconsulent kan ook de benodigde zorg coördineren.

Hoe de dementieconsulent dat doet wordt uitgelegd tijdens een interview met Wilma Raaphorst; zij zal vertellen over haar werkwijze en wat men van een dementieconsulent kan verwachten.

Inloop vanaf 19.30 uur  in De Coppele, Prunusstraat 69 Oisterwijk.

Het programma start om 20.00 uur en eindigt uiterlijk 22.00 uur.

Voor nadere informatie kunt u bellen naar 0135284571 of mailen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

Terug naar boven.

Overpeinzing

overpeinzingHumor

Humor is een van de waardevolste eigenschappen van de menselijke geest, zegt de Franse filosoof Frédéric Lenoir in zijn Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed ( Ten Have.2012). De mens kan vanaf zijn geboorte lachen, zegt hij, zelfs nog voordat hij kan praten. De eerste lach van een klein kind drukt tevredenheid uit, maar al snel, nog voordat het zijn eerste woordjes kan brabbelen, lacht het om situaties die het grappig vindt. Het ziet het komische, absurde of verrassende van een situatie in, wat erop duidt dat het afstand van deze situatie kan nemen.

Omdat lachen buitengewoon spiritueel is, zo vervolgt Lenoir, hebben filosofen er veel over geschreven, maar hun teksten hierover zijn over het algemeen nogal ernstig, zo niet streng. Anders is het bij religies en spirituele tradities, vertelt deze Franse filosoof. De soefimeesters bijvoorbeeld proberen met behulp van humor hun diepzinnige spirituele boodschap aan de mensen over te brengen.

De kalief is zojuist gestorven. Nu de troon vrij is, gaat er een arme bedelaar op zitten. De grootvizier vraagt de wachters deze respectloze schooier te grijpen, maar hij antwoordt: “Ik sta boven de kalief”. – “Hoe kun je zoiets zeggen?” roept de grootvizier verbijsterd uit. “Boven de kalief staat alleen de Profeet.” “Ik sta boven de Profeet”, vervolgt de bedelaar, zonder zijn onverstoorbaarheid te verliezen. – “Wat? Wat durf jij te zeggen, ellendeling? Boven de Profeet staat alleen God!” “Ik sta boven God.” – “Godslasteraar!” brult de grootvizier, die bijna een toeval krijgt. “Wachters! Dood deze gek onmiddellijk! Boven God is niets!” “Precies, ik ben niets.”

Ook boeddhisten weten van humor in hun leringen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de volgende tekst:
Twee monniken, een jonge en een oude, gaan samen op weg. Plotseling komen ze bij een rivier. Ze zien een beeldschone jonge vrouw die hun vraagt haar te helpen om de rivier te doorwaden. Tot stomme verbazing van de jonge monnik stelt de oude monnik aan de vrouw voor op zijn rug te klimmen. Eenmaal aan de overkant van de rivier lopen de twee monniken zwijgend verder. Aan het einde van de dag vraagt de jonge monnik aan de oude: “Hoe kon je die vrouw op je rug nemen terwijl je de gelofte van kuisheid hebt afgelegd?” De oude geeft hem als antwoord: “Ik heb die vrouw twee minuten gedragen en ben haar daarna volledig vergeten. Maar jij draagt haar na een hele dag lopen nog steeds met je mee.”

Maar het summum van humor, vertelt Lenoir verder, is te vinden bij de joodse moppen. Als geen ander spotten joden met zichzelf, met God en met het leven – d.w.z. met wat hun het allerdierbaarste is. Door te lachen om zichzelf, om de minachtende blik van anderen, om hun ellende, kunnen ze de betrekkelijkheid van alles blijven inzien. Zo overleven ze. Maar ook hun geloof dat ze het uitverkoren volk zijn is zo verpletterend dat ze er maar liever grappen over maken. Lees het volgende verhaal over de rabbijn, die bij het uitkomen van de synagoge, dankzegt aan God.
Hij bedankt God dat hij hem als kind van het uitverkoren volk ter wereld heeft gebracht; dat hij hem heeft uitgekozen om de rituelen te verrichten; dat hij hem geloof heeft geschonken. Hij spreekt opnieuw zijn aanbidding uit en al het vertrouwen dat hij in hem stelt, en in hem alleen. Maar in gedachten verzonken valt de rabbijn in een ravijn. In zijn val weet hij zich echter vast te klampen aan een takje, maar dat is niet erg stevig. Bang voor de diepte roept hij om hulp: “Is daar iemand? Is daar iemand?” De stilte is zijn antwoord. Hij roept opnieuw, totdat een stem hem tot zwijgen brengt. Een zware stem van boven. Van heel hoog boven hem. “Mijn zoon, ik heb jouw roep gehoord. Heb geen angst en laat dat takje los. Mijn engelen zullen je dragen en zachtjes onderaan deze afgrond neerzetten.” Maar de rabbijn kijkt opnieuw naar de diepte onder zijn voeten en roept: “Is daar nog iemand anders?”

In vergelijking met de joodse, boeddhistische of islamitische stromingen, concludeert Lenoir, is het christendom wel heel erg van humor verstoken. Inderdaad ontbreekt, zegt hij, humor in de evangeliën volledig. Vandaar dat wel eens de vraag wordt gesteld: “Heeft Christus wel eens gelachen?” Hij denkt van wél, maar vermoedt dat de discipelen vreesden dat het niet serieus zou overkomen als ze de Christus lachend zouden voorstellen.
Maar in de volkswijsheid zijn gelukkig een heleboel grappen ontstaan over het strenge katholieke geloof.
Een missionaris loopt door de savanne en komt plotseling een brullende leeuw tegen. De priester vraagt God hem te hulp te schieten: “Heer, wek bij dit roofdier christelijke gevoelens op!” Onmiddellijk gebeurt er een wonder. De leeuw houdt op met rennen, knielt neer en bidt: “Heer, zegen deze spijs, amen.”

Hans Pijnaker

Terug naar boven.