logo dementievriendelijk OisterwijkBezoek aan museum De Pont

Sinds 2013 worden bezoeken georganiseerd aan musea met mensen die (beginnend) dementie hebben en hun begeleiders. Dit kunnen mensen zijn die thuis of in een verzorgingshuis wonen.

In 2014 zijn er weer drie bezoeken gepland aan museum De Pont in Tilburg. De mensen worden in alle rust ontvangen en drinken eerst koffie of thee. Dan wordt uitgelegd dat we een rondleiding krijgen door het museum. Daarvoor hebben we van tevoren twee of drie werken uitgezocht, die voor bespreking geschikt zijn.

Het doel van deze bezoeken is: de mensen laten ervaren wat kunst met hen doet. Vinden ze het lelijk, mooi, ontroerend? Op die manier maken ze contact met hun gevoel. Beelden spreken. Daardoor wordt ook iets in hun geheugen weer wakker. Daarop kan worden doorgevraagd.

De ervaring bij de afgelopen keren in museum Van Abbe en De Pont was beide keren positief. De deelnemers waren enthousiast.

De kosten zijn € 8,50 per persoon (als de groep groter is, wordt dit bedrag lager), inclusief entree, rondleiding en koffie of thee. Dit wordt ter plekke contant betaald.

Er kunnen maximaal 16 mensen mee doen, inclusief begeleiders.

Voor vervoer moeten de deelnemers zelf zorgen of het verzorgingshuis waarin ze wonen.

De bezoeken zijn: 12 juni, 25 september en 18 december, van 15.00 – 16.30 uur.

Adres: Museum De Pont, Wilhelminapark 1, 5041 EA Tilburg

Tot 14 dagen vóór de bezoeken kunt u zich opgeven bij de dementieconsulente, email  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">dementieconsulent.oisterwijkDit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.">@thebe.nl en telefoonnummer 06 5373 9944, of bij de activiteitenbegeleiding van het verzorgingshuis Stanislaus.

Ankie Wessels Beljaars

Terug naar boven.

Een 60+er

Vertelt

Ze belde de redactie met de mededeling dat ze een interview wilde, omdat ze graag een groot compliment wilde geven aan alle medewerkers van Thebe. De afgelopen jaren was ze door meerdere mensen zeer prettig en veelvuldig geholpen.

Mevrouw Van Beurden-Gianotten is in 1938 geboren in Tilburg als oudste van acht kinderen. Ze had zes broers en één zus. Na de basisschool volgde ze de Middelbare Meisjes School (MMS) in Tilburg. Daarna haalde ze haar middenstandsdiploma bij de zusters Ursulinen.

Grootvader en vader hadden een drukkerij, met een kleine afdeling voor boeken. Daarom koos zij ervoor om een opleiding te volgen om in een boekhandel te kunnen werken.

De Engelse taal leerde ze eigenlijk al vroeg en vrij toevallig. Zoals gezegd, had grootvader al een drukkerij. Toen hij voelde dat de oorlog zou uitbreken, heeft hij al het aanwezige papier verdeeld over de zolders van zijn twee zoons. Zodoende beschikte vader Gianotten aan het einde van de oorlog over grote hoeveelheden papier. Dat kwam goed uit. De geallieerde soldaten moesten hun dagelijkse orders op papier krijgen. Daarom vroeg een Amerikaanse kapitein of de heer Gianotten die orders wilde drukken. Maar al te graag natuurlijk.

Stroom voor het drukken werd opgewekt door met een fiets een dynamo aan te drijven.

Vader en de kapitein corrigeerden ’s avonds de gedrukte orders. Dat ging in het Engels. Zij zat dan onder de tafel en leerde op die manier haar eerste zinnetjes in het Engels.

Ze had de opleiding om een boekhandel te starten. Dat deed ze dan ook op haar 19e jaar al. Op de Westermarkt in Tilburg vond ze een pand. In 1964 trouwde ze. Het jonge paar ging boven de winkel wonen. In 1969 konden ze een huis krijgen aan de Durendaaldreef in Oisterwijk. Toen begon de zoektocht naar een geschikt pand in Oisterwijk om hier een boekhandel op te zetten. Dit lukte in 1972 aan de Dorpsstraat. Velen zullen mevrouw Van Beurden nog kennen uit die periode. Omdat de concurrentie hier steeds groter werd, ging men op zoek naar een mogelijkheid in een andere plaats. In Zundert bleek een winkelpand te koop te staan. Hier heeft het echtpaar zich in gevestigd. De boekhandel kende een rijk assortiment en werd goed bezocht. Mevrouw stond in de winkel, meneer deed de boekhouding. Dit ging goed tot 2002. Toen overleed haar echtgenoot. Zij ging nog even door met de winkel. Tot overmaat van ramp werd ze enige tijd later overvallen in de winkel. Gelukkig had ze zelf niets; er is ‘alleen’ geld meegenomen. Dit deed letterlijk de deur dicht. In 2003 sloot ze de winkel. Het huis in Hoogstraten (België) werd verkocht. Omdat haar zus in Moergestel woont, kwam mevrouw Van Beurden weer terug naar Oisterwijk. Aanvankelijk in een tijdelijke woning. Omdat ze vanaf ± 1980 reuma heeft, kreeg ze een indicatie voor een grondgebonden woning. Dat pand betrok ze in 2006. Ze ervaart veel hulp van haar 68-jarige zus, die mantelzorger is. Daarnaast is ze, zoals gezegd, vol lof over de hulp die ze meerdere keren per week ontvangt van Thebe. Iedere vrijdag wandelt ze in de buurt met een loopmaatje van ContourDeTwern. Ook over hem is ze zeer tevreden. Haar warm eten wordt bezorgd door de Maaltijdexpress. Ook is er iemand die voor haar de wekelijkse boodschappen doet. Zelfs de pastoor komt 1x per maand aan huis om haar de H. Communie te brengen.

Haar hobby’s zijn (uiteraard) lezen, maar ook het beluisteren van vooral Italiaanse opera’s.

Het is goed dat ze zichzelf kan vermaken, want ze komt het huis vrijwel niet uit. De wekelijkse wandeling is het enige.

Haar stelling is: als je je mond open doet, dan kun je hulp genoeg krijgen. Dit blijkt ook wel uit de manier waarop ze haar verzorging heeft geregeld.

Ankie Wessels Beljaars

Wilt u ook geïnterviewd worden over uw leven vroeger en nu? Laat dit dan weten aan de redactie van de Seniorenpagina. Adres en telefoonnummer vindt u op deze pagina.

Terug naar boven.

Le penseurOVERPEINZING

Vroegste religieuze herinnering?

Tegenwoordig kun je alleen nog in Brabant vragen naar de vroegste religieuze herinnering van mensen. Dit in tegenstelling tot de Randstad. Wij zijn hier nog een beetje katholiek: wij bezitten nog volop straatnamen genoemd naar  pastoors en kapelaans en het Brabantse volk lijkt nog doordrenkt van  gelovig denken.

Toen onze Udenhoutse filosoof Kees Verhoeven eens gevraagd werd naar zijn vroegste religieuze herinnering, zo lees ik in zijn prachtige boek Het alziend oog, moest hij toch wel even nadenken. Wat er uit het mistige landschap van mijn geheugen opdoemt, zegt hij,  is zelfs te vaag om duidelijk te benoemen zonder enig bedrog te plegen. Ik ben wel opgegroeid, zo vertelt hij verder,  in een vroom katholiek gezin, waar bijvoorbeeld voor het eten gebeden werd en waar priesters over de vloer kwamen in verband met ziekte en de vroege dood van mijn moeder, maar waar behalve voor ‘kapelaan’ en ‘bidden’  geen specifiek religieuze taal werd gesproken.  Nooit heb ik iemand met eigen woorden horen bidden of zijn geloof belijden. Het leek wel of ons dialect dat we spraken speciaal was uitgevonden om te voorkomen dat religieuze ervaringen en woorden in onze eigen taal en ons eigen bestaan zouden doordringen. Die woorden waren er voor de kapelaan en voor de kerk en zij vertegenwoordigden een andere wereld.

Ook onze gebeden en formules die wij murmelden, gaat hij verder, ritselden van vreemde woorden, die je buiten die rituele situatie nooit in de mond zou nemen. Dat zou immers elke verdere conversatie met anderen volkomen onmogelijk hebben gemaakt. Maar….mijn eerste religieuze ervaring moet het gevoel van vreemdheid zijn geweest tegenover de taal van het gebed, tegenover de geur van een priestertoog en vooral ook tegenover de koele ruimte van het kerkgebouw, waar een lucht hing van wierook en van een menigte  murmelende mensen. In die ruimte woonde God en meer speciaal Jezus, die in de gedaante van een hostie was opgesloten achter een gouden deurtje en zich daar soms heel eenzaam voelde.

Mijn godsbeeld, zegt Verhoeven, is vaag. Het wil zich niet losmaken uit de mist waaruit het tevoorschijn zou moeten komen. Maar het wil evenmin samenvallen met enig officieel beeld dat mij later is bijgebracht. Het blijft op de achtergrond en wil niet tot een omlijnd beeld worden. Het is even hardnekkig in zijn voortbestaan als in zijn weigering om als het ware met de vuist op tafel te slaan en te zeggen hoe het allemaal is en hoe het moet.

Kortom: géén beeld, géén naam en vooral: géén macht uit naam van welk godsbeeld dan ook. God is op geen enkele manier mijn of ons eigendom, constateert deze Brabantse filosoof .”Hij bestaat evenmin als het heelal voort door mijn bevestiging van zijn bestaan en hij sterft niet door mijn ontkenning daarvan. Niemand kan er aanspraak op maken zijn beschermer te zijn of ervan te worden beschuldigd hem vermoord te hebben. Maar wat er wél is en blijft is een hardnekkig gecultiveerd vermoeden dat het bestaan van de wereld en van de mensen níet een platvloerse en totaal vanzelfsprekende aangelegenheid is, waarover ooit het laatste woord gezegd kan worden.”

De ‘filosoof met de hamer’, Friedrich Nietzsche, voor Kees Verhoeven bepaald geen vreemde, is bekend geworden vanwege zijn roemruchte verhaal over de dwaze mens die overdag met een brandende lantaarn op de markt op zoek was naar God en constateerde dat God dood was. Inderdaad, de God van zijn zwaar protestantse jeugd was dood en het christendom in de vorm van die tijd werd door  hem stevig gegeseld. Maar aan de andere kant ging Nietzsche elk jaar drie keer naar de Matthäus Passion en merkte daarover op dat hij “als iemand die het christendom volledig had verleerd, het bij Bach werkelijk hoorde als een evangelie”. 
Zo horen velen het hier in Brabant ook. Net als  Nietzsche en Verhoeven.

Hans Pijnaker

Terug naar boven.