tuin Gerard_Horvershuis_zwHET GERARD HORVERS HUIS IS ER OOK VOOR U

Voor ouderen is het soms moeilijk de stap naar het Gerard Horvers Huis, Kerkstraat 48a in Oisterwijk, te zetten. Onbekend maakt nog altijd onbemind. Om deze ouderen een duwtje in de goede richting te geven, willen we graag een van onze bezoekers aan het woord laten, die ook voor die keuze stond.

‘Volgens de mevrouw die mij probeerde te overtuigen van de voordelen van het Gerard Horvers Huis was ik een kwetsbare oudere. Dat deed pijn. Hoezo kwetsbaar? Het lukte toch nog heel aardig mij door het leven te slaan. Dat ik liever thuis bleef, was gewoon een kwestie van voorzichtigheid. Oude botten braken nu eenmaal snel.

Waarom probeerde ik het niet een keer, zei de mevrouw. Er kwamen meer ouderen die uit voorzichtigheid liever binnen bleven. Ze kon vervoer regelen als dat nodig was. Ik had toch niets te verliezen.

Dat dacht ze maar. Mijn zelfrespect had ik te verliezen. Ik was een kwetsbare oudere voor wie vervoer moest worden geregeld als ik de deur uit wilde.

Nu ben ik heel blij dat ik het toch heb gewaagd. Mijn wereld is groter geworden. De andere bezoekers van het Gerard Horvers Huis zijn vrienden geworden met wie ik kan praten. En de gastvrouwen behandelden ons altijd op een respectvolle manier. Ik kan het echt iedereen aanraden.’

In het Gerard Horvers Huis ligt de nadruk op welzijn, eigen kracht en eigen keuze. Het is een plaats waar de wensen van de bezoekers centraal staan, een plaats waar de gasten koffie, thee en als ze dat willen een kleine lunch kunnen gebruiken, een plaats met enthousiaste en gemotiveerde gastvrouwen, waar altijd ruimte is voor een goed gesprek met gelijkgestemden.

Als het bovenstaande u aanspreekt, kunt u bellen voor nadere informatie of voor het maken van een afspraak voor een persoonlijk gesprek bij u thuis. Het telefoonnummer is 013-5210112.

 

Terug naar boven.

 

Le penseurOVERPEINZING

 

Hoe moet ik toch leven  in deze verwarrende wereld?

Deze vraag wordt nogal eens gesteld door ouders van jonge schoolgaande kinderen. Opvoeden doe je door een ideaal te volgen, een verhaal dat richting geeft, zoals de kerken dat lang hebben aangeboden middels verhalen uit de bijbel. Maar ook volwassenen stellen zich deze vraag. Men gaat dan op zoek naar  een richtinggevend verhaal, een legende of desnoods een ideologie. In Azië is het niet anders. In Tibet bijvoorbeeld  doen verhalen de ronde over een verborgen legendarisch koninkrijk dat bestuurd werd door wijze en meedogende heersers die het land tot vrede en welvaart hadden gebracht. Shambhala heette deze verborgen plek in het Himalayagebergte.

Of dit Shambhala-rijk nu wel of niet bestaan heeft is niet zo belangrijk. Het is een legende, een verhaal waar mensen richting en hoop uit putten. Je kunt deze legende zien als een diepgeworteld en uiterst menselijk verlangen naar een goed en bevredigend leven, zegt de boeddhistische monnik Trungpa. De Shambhala-leringen worden verteld om het ideaal van wereldlijke verlichting weer te geven, d.w.z. de mogelijkheid ons persoonlijk bestaan en dat van anderen op een hoger peil te brengen zonder de hulp van een religieuze levensopvatting. Want de Shambhala-traditie kent, hoewel ze teruggaat op de gezondheid en zachtheid van de boeddhistische traditie, tevens haar eigen onafhankelijke basis, namelijk het rechtstreeks cultiveren van wie en wat wij zijn als mensen

De Shambhala traditie is de traditie van krijgerschap. Krijgerschap in dit verband, zegt de monnik Trungpa, heeft niets te maken met oorlog voeren.  Agressie is juist de bron van onze problemen, zegt hij, niet de oplossing. Het woord krijger zoals hier bedoeld betekent “hij die moedig is”. Krijgerschap is in deze context de traditie van menselijke moed, van onverschrokkenheid. De indianen van Noord-Amerika kenden een soortgelijke traditie. Het Japanse samoerai-ideaal vertegenwoordigde eveneens een krijgertraditie van wijsheid en ook in westerse samenlevingen zijn er principes van verlicht krijgerschap te vinden geweest. Koning Arthur is een legendarisch voorbeeld van krijgerschap. De grote heersers uit de Bijbel, zoals koning David, zijn voorbeelden van krijgers die zowel tot de joodse als tot de christelijke traditie behoren.

De sleutel tot het krijgerschap en tot het principe van de Shambhala-visie is dat we geen vrees hebben voor wie wij zijn. Uiteindelijk is dat ook de definitie van moed: niet bang zijn voor onszelf. De Shambhala-visie leert ons dat we, met het oog op de problemen in de wereld, zowel heldhaftig als vriendelijk kunnen zijn. Angst voor onszelf en voor de wereld, die ons lijkt te bedreigen, maakt ons uitgesproken egoïstisch. We bouwen dan het liefst ons eigen kleine nestje, onze cocon, waarin we veilig ons leventje kunnen leiden. Maar dat is de weg van de lafheid, zegt de boeddhist. De weg van de lafheid is het ons inkapselen in een cocon waarin we onze gewoontepatronen kunnen voortzetten. En omdat we onze fundamentele gedrags- en gedachtenpatronen op die manier steeds maar weer herscheppen, hoeven we nooit een sprong in de frisse lucht of op nieuwe bodem te wagen. Zo blijft alles hetzelfde. Maar de krijger uit de Shambhala-traditie verzaakt. Wat de krijger verzaakt is al datgene wat in zijn ervaring een barrière vormt tussen hemzelf en anderen. M.a.w., verzaking betekent dat we onszelf beschikbaarder, zachter en opener maken voor anderen. Iedere aarzeling om onszelf voor anderen te openen wordt overboord gezet.

Om egoïsme te overwinnen heeft de Shambhala-krijger naast verzaking van zijn veilig gesloten cocon ook durf nodig. Het is als in een zwembad op de hoge duikplank staan en jezelf afvragen: “Wat nu?” Het antwoord is natuurlijk: “Springen”. Dat is durf. Misschien zijn we bang om te zinken of ons pijn te doen. Dat kan, maar het is de moeite waard om te springen en te kijken wat er gebeurt. En dan blijkt openheid naar de wereld en zorg voor de ander een betekenisvolle ervaring die zin geeft aan het bestaan. Maar hoewel de krijger zijn leven heeft gewijd aan het helpen van anderen, beseft hij dat hij zijn ervaring nooit helemaal met anderen zal kunnen delen. De volheid van zijn ervaring is van hem alleen en hij zal met zijn eigen waarheid moeten leven. Toch raakt hij meer en meer verliefd op de wereld. Die combinatie van verliefdheid op die wereld en eenzaamheid maakt het de krijger mogelijk anderen voortdurend de helpende hand toe te steken. Door zijn privé-wereld te verzaken, ontdekt de krijger een groter universum.

Dit is het boeddhistische antwoord op de vraag hoe ik kan leven in deze tumultueuze tijd.

Hans Pijnaker.

 

Terug naar boven.

 

Een 60+er

Vertelt

Toen ik hem belde voor onze afspraak zei hij meteen: “Maar ik ben wel héél 60+ hoor”. Dat klopt. Dit jaar hoopt hij 88 jaar te worden. Bij de kennismaking zei hij meteen: “Ik ben Harry, en niks meneer Boogaers”.

Hij is geboren en opgegroeid in de buurt van Het Draaiboompje in Moergestel. Hij bezocht de St. Joseph-school bij de broeders. “Die waren niet mals”, weet hij nog.

Hij bleef zijn hele leven in Moergestel. In de oorlog had hij zich gemeld als vrijwilliger om naar Indië te gaan. Als vrijwilliger in het leger werd hij eerst naar Engeland gestuurd om daar goed aangekleed en opgeleid te worden. Hij verbleef met 49 anderen op de grens van Wales en Worchester. De uitzending naar Indië heeft nooit plaats gevonden. Eigenlijk heeft hij bijna twee jaren een soort vakantie gehad in Engeland. Achteraf gezien, was dit weg gegooid geld. In 1947 kwam hij terug in Nederland. Door het leger werd hij eigenlijk van het kastje naar de muur gestuurd. Eerst melden op een kantoor in Tilburg, verwezen naar Breda en weer terug. Uiteindelijk kreeg hij een plaats in Den Bosch, in de kost in De Citadel. Daar moest hij soldatenschoenen repareren.

In een vrij weekend ging hij een keer op bezoek in Oisterwijk. Daar zag hij zijn jeugdvriendin terug. Het was meteen weer raak. Dat was de start van hun drie jaar durende verkering. In 1950 zijn ze getrouwd. Hij was vertrokken uit het leger om dichter bij huis te kunnen werken. Vanaf 1947 tot 1965 werkte hij bij Van Gils in de schoenenindustrie. Ineens maakte hij toen de overstap naar wijnhandel Verbunt in Tilburg. Na drie jaren vertrok hij daar weer omdat bepaalde zaken hem niet aanstonden. Hij vond werk bij De Duifjes, fabriek voor kinderschoenen. Daar bleef hij twintig jaren tot zijn VUT in 1988.  

Niet alles ging even makkelijk in zijn leven. In betrekkelijk korte tijd heeft hij drie dierbaren verloren. In 1997 overleed eerst zijn vrouw. Dat was een harde klap. Ineens moest hij helemaal alleen overal heen. Toen hij daar enigszins mee kon omgaan, overleed in 2003 heel plotseling zijn oudste dochter. Hij had haar die middag nog gesproken. Er leek niets aan de hand.

In die periode had hij een vriendin, met wie hij veel samen was. Ze woonden niet samen. Deze vriendin overleed in 2011 ook vrij plotseling na een ziekbed van één week. Opnieuw moest hij zijn weg zoeken.

Gelukkig is hij niet iemand die lang alleen zit. Op mijn vraag of hij zich eenzaam voelde, antwoordde hij meteen: “Ik niet, daar zorg ik zelf wel voor”. Zijn overtuiging is: ‘in Moergestel hoeft niemand eenzaam te zijn. Je moet er zelf wel wat voor doen. Doe je dat niet, dan zit je alleen’. Als hij een keer alleen is, dan zoekt hij anderen op. Een praatje maken, gaat hem goed af.

In de loop van zijn leven heeft hij mee gedaan in verschillende verenigingen. Hij was lid van het gilde, zat in het bestuur van de voetbalvereniging en heeft zelfs de carnavalsvereniging opgericht en was 23 jaren secretaris van de hengelsportvereniging De Rietvoorn. Ook ging hij regelmatig biljarten. Op zijn kast prijkt nog een trofee van de biljartvereniging. Helaas gaat het biljarten nu niet meer goed omdat hij zeer slecht ziet. Ook zijn gehoor is niet meer wat het was.

Zijn grootste wens is: nog een keer met zijn kleinzoon terug gaan naar de plaatsen waar hij in Engeland verbleven heeft. Daar verheugt hij zich erg op.

Ankie Wessels Beljaars.

 

Wilt u ook geïnterviewd worden over uw leven vroeger en nu? Laat dit dan weten aan de redactie van de Seniorenpagina. Adres en telefoonnummer vindt u op deze pagina.

 

Terug naar boven.

 

 

Lezing over stervensprocessen

Op woensdag 28 mei a.s. geeft Ineke Koedam, voormalig coördinator van het Rotterdamse hospice De Vier Vogels, in Huis voor Zingeving te Moergestel  een lezing over onze allerlaatste levensfase.

Na een studie aan de Universiteit voor Humanistiek, richtte zij zich op de begeleiding van mensen in hun stervensprocessen.

Naast lezingen geeft zij ook scholing aan  werkers in de terminale zorg. Van 2009 tot 2011 deed zij in samenwerking met de Britse neuropsychiater Peter Fenwick onderzoek m.b.t. ‘end-of-life-experiences’.

Plaats. Huis voor Zingeving Moergestel, Kloosterdreef 4.

Inloop vanaf 19.30 uur. Kosten: € 10,-.

 

Terug naar boven.