logo Elisa's belevenissenKerst in een verpleeghuis

De uitnodiging ligt op de tafel in haar kamer. Op kerstavond mag iedere bewoner een vriend of familielid uitnodigen om samen naar de kerstdienst in de kapel te gaan en daarna aan tafel in de huiskamer deel te nemen aan het kerstdiner. De ervaring leert dat lang niet iedere plek bezet raakt.

Bijna alle bewoners zitten in een rolstoel. In een lange rij gaan we naar de kapel, de ruimte in het midden is vrijgemaakt voor alle rolstoelen. Een groot aantal mensen slaapt of is zich niet bewust van de omgeving. Vrijwilligers zijn in groten getale aanwezig. Pas als de kerstliedjes gezongen gaan worden, komt er op diverse gezichten een glimlach als teken van herkenning. Het is ontroerend te zien hoe deze afleiding goed doet, het meezingen van de enkele woorden die 70, 80 jaar geleden in de liedjes uit hun kindertijd voorkwamen en ver in het geheugen liggen opgeslagen. Daarna weer in een lange rij terug naar de diverse afdelingen en de huiskamers. De tafel voor bewoners en een enkel familielid of vrijwilliger is feestelijk gedekt. De bewoners hebben onderling niet veel meer te melden. Voor sommigen is de dementie al zo ver gevorderd dat dit al niet meer mogelijk is. En ook de andere bewoners ontbreekt het aan een sprankelende tafelconversatie. Het hoofdgerecht wordt opgediend. Best smaakvol. Maar hoe lekker smaakt een maaltijd zonder je naasten? Zonder dat je in je eigen vertrouwde omgeving bent?

Een zalig Kerstmis voor allen!

Else van Helmond

Terug naar boven.

 

hulst KERSTMIS EEN GEPASSEERD STATION? hulst

Onze levens en hoe wij kerstmis vieren zijn veranderd. Ook ons geloof is niet meer wat het was. Toch is het geboorteverhaal van Jezus, een toegankelijke Bijbeltekst van Lucas, diep in onze kinderziel ingesleten. Dat verhaal, door generaties meegedragen, meegegroeid met onszelf, is volwassen geworden. Geen zoetelijk tafereel met middeleeuwse aanslibsels, maar het gaat over menswording in eigenlijke zin. Er horen vragen bij over geloof en gedrag, over zin en zijn, over oorsprong en bestemming.

Misschien herinnert u zich die andere evangelist Johannes: In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God. We moeten alle zeilen bijzetten om daar iets van te begrijpen. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Het klinkt erg lichamelijk, aards en tastbaar. En dat is het ook. Menswording is voor Johannes een levensweg, een lijdensweg. Zijn God is niet afstandelijk en ver, maar trekt met ons mee; kent een rijke veelbewogen geschiedenis van troost en hoop. Voor ons is er vooral een God die soms schrikbarend afwezig is, als onze nachten lang zijn; de winters donker en koud. Een God door ons vergeten en weer opgepoetst, afhankelijk van de situatie waarin wij zijn. Een God geschapen naar ons beeld. Hoe ziet uw God eruit? Misschien mag ik iets zeggen over de mijne.

Niet lang geleden was ik bij een lezing over het ontstaan van het heelal. Ademloos werd er geluisterd naar een astrofysicus die in staat was iets van de indrukwekkende onmetelijke grootsheid over te brengen aan een lekenpubliek. De vraag van een van de toehoorders klonk voorzichtig, bijna verontschuldigend: “Hebt u ooit aan een hogere macht gedacht?” Het antwoord was kort en duidelijk: “Nee, nooit”. Een antwoord zoals dat bij onze tijd lijkt te passen. Onthullend voor mij was, wat hij eraan toevoegde: “Ik ben diep onder de indruk van de adembenemende schoonheid die ik heb mogen zien”. Onwillekeurig dacht ik aan een van de titels van mijn theologieboeken: Schoonheid is uw naam. Hoe past de mens in al die grootsheid? Van sterrenstof gemaakt? De astrofysicus schetste onze plaats in het geheel als die van een mier, midden in de woestijn, meters diep onder de grond. Een mier die omhoog kruipt en zich vervolgens de vraag stelt: “Waar ben ik” en dan op zoek gaat naar wie hij is. “Hoe is die mens, van zover gekomen, tot zoveel kennis in staat”, vroeg hij zich af. Er klonk bewondering in door.

Wie zijn we? We komen er niet uit. Altijd weer dezelfde vraag, in iedere levensfase anders. Kerstmis, met de kennis van nu, is veranderd, maar misschien toch dichterbij ons eigen verhaal gekomen. Het lijkt alsof er in ons bewustzijn iets is neergedaald. Geen inslag in de geschiedenis maar een geleidelijke verandering aan inzicht. Een helder licht. God in de mens die tot grootse dingen in staat is; in denken en doen.

Er is een filosoof die ik tot slot graag wil noemen; een grote naam uit de 18de eeuw: Immanuel Kant. Zijn grafschrift is beroemd. Niets verwondert mij meer dan de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij. Ik hoor daarin het goddelijke en het menselijke samengaan. De Schoonheid van de schepping èn de oproep om onze menselijke daad bij dat goddelijk Woord te voegen.

Ria Schoenmakers van Osch  


 Terug naar boven. 

  Overpeinzingoverpeinzing

Laudato si…

Op welk moment wordt het recht van de een onrecht dat je de ander aandoet?

Vooruitlopend op de grote klimaatconferentie in Parijs schreef het hoofd van de RK Kerk, paus  Franciscus, een indrukwekkend en wetenschappelijk uitstekend verantwoord document: Laudato si (Geprezen zijt Gij). Het meest opmerkelijke hiervan is dat alle milieuorganisaties wereldwijd, hoewel buitenkerkelijk van aard, dit werkstuk uitgebreid lof hebben toegezwaaid. Het leek er even op dat de Kerk haar rol als ethische oriëntatie voor de wereld weer op zich had genomen. Als niet-kerkelijk mens sluit ik mij graag bij deze lofprijzingen aan.

De encycliek begint met een goed onderbouwde en scherpe analyse van de huidige milieucrisis: klimaatverandering, waterschaarste, verlies van biodiversiteit, de connectie daarvan met ziekten, armoede en geweld, met vermindering van levenskwaliteit en ontwrichting van samenlevingen. De paus wijst ook op de menselijke verantwoordelijkheid in het ontstaan en onderhouden van deze mondiale crisis. Hij verwijt de politieke leiding een ondoordacht vertrouwen in de technologie en de financiële ordening in onze wereld, die gebaseerd is op de mythe van onbeperkte groei en marktmechanismen in dienst van eigenbelang en winstbejag. Hij uit stevige kritiek op het dolgedraaide antropocentrisme (de mens als centrum van de wereld), dat de uitbuiting van de natuur mogelijk maakt en de medemensen  reduceert tot objecten, tot een soort buikbare of onbruikbare dingen. De politieke leiding laat zich teveel leiden door kortzichtig eigenbelang, zegt hij.  Hij nodigt met name de politieke leiders uit zich meer bewust te worden van de huidige wereldcrisis en van haar oorzaken.

Tegelijkertijd verscheen er in de NRC van 30 oktober jongsleden ( pag.9 en 18) een dringende oproep van een reeks Brabantse wethouders: Laat volksgezondheid meewegen bij veestallenbeleid. Een wethouder uit Oirschot ging naar de Raad van State om overlast beperkende maatregelen af te dwingen. Zijn verzoek werd afgewezen. Economische belangen zijn kennelijk belangrijker dan het welzijn van de burgers, constateert hij. Zijn collega uit Bergeijk zegt: Doordat het beleid juridisch is dichtgetimmerd wint de veehouder altijd. En een wethouder uit Reusel klaagt: Den Haag moet met concrete handvatten komen, die juridisch standhouden. En een wethouder uit Deurne stelt: Het aanpassen van de wet ligt bij Den Haag helemaal onder op de stapel.

Niet alleen wethouders, maar ook achttien Brabantse huisartsen maken zich grote zorgen. Dokter Sanders: “We zien allemaal nieuwe bacteriën opduiken, die hun oorsprong vinden in de intensieve veehouderij.” De artsen zien het aantal besmettingen met de vee-gerelateerde MRSA-bacteriën toenemen en  ook chronische blaasontstekingen die maar niet overgaan na antibioticakuren, wat te maken zou hebben met bacteriën uit de pluimveehouderij. Gemeenten blijven maar vergunningen afgeven, klaagt dokter Sanders. Maar ook de specialist infectieziektebestrijding bij GGD Nederland, Jos van de Sande, vindt dat er iets moet gebeuren. Hij zegt: Hoe meer vee en mensen op elkaar,  hoe groter de kans op een dierziektecrisis die de volksgezondheid in gevaar brengt. De Q-koorts leverde ons 25 doden op. Zo’n 100.000 mensen werden besmet, 300 daarvan lijden aan chronische Q-koorts en 800 aan het chronisch vermoeidheidssyndroom als gevolg van Q-koorts.(NRC 18 nov.) Wethouder Kuijken uit De Pielis vindt het een groot probleem dat hij door de bestaande verstarde jurisprudentie de gezondheid van de inwoners niet kan meewegen bij het al of niet verlenen van vergunningen en concludeert daarom:” Den Haag moet de wet veranderen!” En last but not least stelt de hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde Gabriël van den Brink van Tilburg University in zijn afscheidsrede van 27 november jl. dat de huidige politieke onvrede bij de burgers het gevolg is van de morele leegte bij veel politici en bestuurders. De Nederlandse politici schieten wezenlijk tekort in het maken van morele overwegingen, constateert hij. Politici geven hun morele beginselen op, omdat ze op gespannen voet staan met het besturen van een liberale technocratie, waarin machtsuitoefening en rechtsregels de hoofdrol spelen. Deze morele leegte, zegt deze Tilburgse hoogleraar, maakt het verwerven van geloofwaardigheid bij het publiek nagenoeg onmogelijk, temeer omdat veel burgers juist een uitgesproken morele opvatting van politiek hebben. Gelukkig probeert een aantal Brabantse wethouders tegen de stroom in hun ethiek toch  hoog te houden.

De paus heeft volgens mij dan ook gelijk als hij wijst op de menselijke verantwoordelijkheid van de politieke leiding als die de economie stelt boven menselijk welzijn. Dat kost mensenlevens. Hoe gewetensvol willen we daarin eigenlijk zijn? Hoeveel verantwoordelijkheid willen we daarin eigenlijk op ons nemen? Op welk moment wordt het recht van de een  onrecht dat je de ander aandoet? Is dat niet iets om eens serieus over te gaan nadenken deze dagen?

Hans Pijnaker
Terug naar boven.


cover
Zolang er leven is, is er Hendrik Groen

 Volgende maand, om precies te zijn op 27 januari 2016, verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff  'Zolang er leven is', het nieuwe dagboek van Hendrik Groen.   Nederland leerde Hendrik Groen kennen door zijn boek ‘Pogingen iets van het leven te maken, het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 ¼ jaar’. Samen met zijn vriend Evert en de andere leden van de Oud-maar-niet-dood-club, probeert Hendrik zijn laatste levensjaren in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord zo aangenaam mogelijk te maken.

Door zijn scherpe gevoel voor humor, eerlijke bespiegelingen over ouder worden en kritische kanttekeningen bij de ouderenzorg in Nederland raakte Hendrik Groen de gevoelige snaar bij vele lezers, boekhandelaren en critici. Van zijn 'geheime dagboek' zijn inmiddels meer dan 60.000 exemplaren verkocht.

Productiemaatschappij BlazHoffski/Dahl TV kocht de tv-rechten en de vertaalrechten zijn aan maar liefst 23 landen verkocht.  Zo is in Italië het boek verschenen onder de prachtige titel Piccoli esperimenti di felicità. Groens wederwaardigheden behaalden meteen de bestsellerlijst.

In  Zolang er leven is valt het Hendrik van tijd tot tijd zwaar om de moed erin te houden. Gelukkig heeft hij de pen weer opgepakt. Met de hem zo kenmerkende charmante, ironische humor neemt hij de medebewoners, de directie van het verzorgingshuis, zijn vrienden en de ouderdom in het algemeen op de korrel, waarbij hij zichzelf zeker niet spaart.

De 'technisch bejaarde' Hendrik Groen begon in 2013 met zijn dagboek en publiceerde die op de website van Torpedo Magazine. Hij heeft weinig op met bejaarden, blijkt uit zijn aantekeningen. 'Dat geschuifel achter die rollator, dat misplaatste ongeduld, dat eeuwig klagen.' In 2014 werden zijn dagboekfragmenten door Meulenhoff gebundeld. Groen zegt zelf over zijn boek: 'Geen enkele zin is gelogen, maar niet elk woord is waar.'

Er doen geruchten de ronde over de ware identiteit van Hendrik Groen. Sommigen vermoeden dat zijn naam het pseudoniem is van Kees van Kooten of anders A.L. Snijders. 'En iemand suggereerde dat ik misschien Remco Campert was', aldus Groen. 'Een ander dacht aan Nico Dijkshoorn. Dat is een rijtje waar Hendrik Groen glimmend van genoegen en trots tussen staat. En blijft staan!'

Terug naar boven.