De praktijk van de cliëntondersteuner.
OVERPEINZING: Waarom een cursus over insecten zo belangrijk
Fluitje van een cent ........
Colofon


vraagtekenDe praktijk van de cliëntondersteuner.

Een In het najaar van 2014 was er veel te doen over de nieuwe WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) die is ingegaan per 01-01-2015, waardoor veel  nieuwe taken terecht kwamen bij de gemeente. Veel was onduidelijk. KBO-Brabant nam halverwege 2014 het initiatief om cliëntondersteuners op te gaan leiden, in eerste instantie waren dat ouderenadviseurs, die al enige kennis en ervaring hadden. Dat gold ook voor mij. In 2015, na de scholing als cliëntondersteuner gevolgd te hebben, kon ik aan de slag in Moergestel.

De cliëntondersteuner in deze vorm is onafhankelijk, gecertificeerd, steunt de cliënt en is onbezoldigd. Aanvankelijk werd de hulp veelal ingeroepen voor de huishoudelijke hulp. U weet ongetwijfeld, dat er veel commotie was door de nieuwe regelgeving en uitvoering, ook in de gemeente Oisterwijk. Nu we ruim twee jaar verder zijn, is er duidelijkheid ontstaan, hoewel er nog steeds lastige situaties zijn. In de verordening WMO staat, dat het college zorg draagt voor de beschikbaarheid van kosteloze cliëntondersteuning en dat cliënten daarop gewezen moet worden. De positieve ontwikkeling die ik heb ervaren is, dat ik een vast aanspreekpunt heb bij de WMO m.b.t. het indienen van verzoeken, voor vragen en bijzondere omstandigheden. Ook dat er regelmatig overleg is over de gang van zaken, zowel op het niveau van het management als met WMO-consulenten. Ook onze inbreng bij het verschijnen van beleidsdocumenten de WMO betreffend ervaren we als een waardering voor ons werk. Senioren weten wie ik ben door informatie in de Nieuwsbrieven van de seniorenvereniging, door de vermelding in gemeentelijke informatie en brieven aan cliënten. Toch merk ik nog altijd, dat er tijdiger informatie ingewonnen zou mogen worden; je trekt aan de bel als de nood daar is, maar voorkomen is beter dan genezen. De tijdsinvestering, ofwel het aantal mensen dat een beroep doet is in de afgelopen twee en een half jaar zeker niet minder geworden. We zijn met steeds meer ouderen, die langer thuis blijven wonen, maar die ook toenemend problemen ervaren. Eigenlijk ben je als cliëntondersteuner adviseur en wegwijzer, maar de ervaring leert dat je mensen boven de 70 of zeker 80 meer moet helpen en begeleiden. Ze hebben geen computer, geen hulp bij de hand en vooral geen regelkennis. Mijn taak beperkt zich ook niet tot de WMO, maar is in de praktijk veel breder. Nadat een cliënt een beschikking heeft gekregen, is het traject niet af. Er volgt vaak overleg met een zorgaanbieder en ik vind het nodig om nazorg te doen. Of na een tijd blijkt de beschikking niet afdoende door een gewijzigde (gezondheids)situatie. Dan is vervolgactie nodig. Dat hoort soms niet sec tot de taak van de gemeente, maar de cliënt zelf kan het niet, of weet de weg niet. Of een cliënt heeft een hulpmiddel, dat niet meer voldoet. De firma die het leverde is failliet of overgenomen. Toch moet er een oplossing komen. Of het bedrijf heeft geen contract meer met de zorgaanbieder of zorgverzekering. Er zijn nogal wat situaties, waarin  na de beschikking een vervolg nodig is met de instantie of organisatie die voor de uitvoering moet zorgen en dat is eigenlijk een zaak van de cliënt, maar kan die dat? Soms is een langdurige begeleiding nodig bij gecompliceerde zaken. Altijd probeer ik om de verordening niet te hoeven pakken en evenmin een bezwaar in te dienen, maar een oplossing te zoeken, waar mogelijk in overleg met de gemeente (WMO) of instantie die het betreft. Tot nu ben ik daarover best tevreden. Wat kan beter? Wat ik het meest lastig vind is de tijd die nodig is om snel een beschikking te krijgen in nijpende situaties. Soms denk ik dat het ‘spoed’ vereist, maar wie bepaalt dat. Als iemand uit het ziekenhuis of na revalidatie thuis komt duurt het eigenlijk te lang (een paar weken) voor de vereiste hulp daar is. Of door gewijzigde gezondheidsomstandigheden is snel meer huishoudelijke hulp nodig.

Cliëntondersteuner is een mooie taak; ik ervaar dat mensen soms schromen om een (herhaald) beroep te doen, maar ook dankbaar zijn voor de hulp. Het is nu juist mijn taak de hulp te geven die nodig is, maar de cliënt blijft degene die beslist. Het is interessant en ik leer nog steeds voor nieuwe situaties oplossingen te vinden. We zijn er voor iedereen, ook voor u. Neem wél tijdig contact op.
Jan Geerts, Cliëntondersteuner in Moergestel.
                         

Terug naar boven

OVERPEINZING  Leve de bibliotheek

Le penseurWaarom een cursus over insecten zo belangrijk is.

Een paar jaar geleden volgde ik een cursus over insecten van IVN-Oisterwijk. Ik zal niet gaan herhalen wat er allemaal verteld werd, maar het was uitermate boeiend en gezellig. Maar wat er vooral bij mij als voormalig werker uit de gezondheidszorg is blijven hangen is het belang van insecten voor onze gezondheid. Mensen vinden insecten over het algemeen nogal vervelend omdat ze kunnen steken. Maar dat doet maar 5% van alle insecten, d.w.z. de 5000 plaagsoorten van in het totaal een miljoen bekende insecten. Als er geen insecten waren zouden de ongeveer 3 miljoen koeien in Nederland, die samen zo’n 180 miljoen liter koeienmest produceren, zegt Wageningen Universiteit, ons tot de nek in de poep zetten. Toch gebeurt dat niet, dank zij insecten die koeienpoep eten en omzetten in droger materiaal. Was dat wel het geval, dan werden we flink ziek van al die viezigheid. Bij insecten denken we meestal aan stekende muggen, bijen, wespen, mieren, waar we alleen maar last van hebben. Maar behalve koeienpoep etende torren en vliegen hebben we ook nog insecten die de geneeskunde in het ziekenhuis een handje verder blijken te helpen.
bromvliegDe maden namelijk van de bromvlieg Lucilia sericata ( ze kan het ook niet helpen dat ze zo heet) worden steeds vaker gebruikt in onze ziekenhuizen. Ze leven namelijk graag van dood weefsel en verwijderen de bacteriën die een wond infecteren doordat ze antibiotica produceren. Jazeker, die maden produceren antibiotica, een soort penicilline, waardoor lastige ziektekiemen dood gaan. Ook versnellen die maden het sluiten van de wond, die door al dat afgestorven weefsel en die bacteriën niet meer dicht wilde. En dan zou je leven dus gevaar lopen! Deze ontdekking van de mogelijkheden van die maden zal ons misschien helpen om het probleem van de resistentie van bacteriën tegen onze antibiotica op te lossen en zo onze levens ooit nog eens redden. Denk maar aan de toenmalige premier Balkenende wiens hardnekkige wond aan zijn voet uiteindelijk met succes werd behandeld met maden therapie.  En dat zag er toch eerst nogal zorgelijk uit.


madentherapie
Maden therapie wordt ook wel gebruikt bij suikerpatiënten, die ook nog wel eens wonden krijgen die niet meer vanzelf dichtgaan. Vroeger werd maden therapie nog veel vaker gebruikt, bijvoorbeeld bij oorlogsgewonden. Die hebben vaak van die vuile verwondingen. Maar toen in 1930 de penicilline werd ontdekt, werden de maden het ziekenhuis uitgegooid. Onterecht, want nu worden ze weer binnengehaald. U hoeft overigens niet bang te zijn dat die maden op eigen houtje een reisje door uw lichaam gaan maken. Dat doen ze niet. Want ze houden alleen van dood weefsel. Als dat op is, gaan ze vanzelf weg. Ze vinden ons levende weefsel niet lekker. Een boeiend boek voor insecten-liefhebbers om negerhuthierover tijdens de vakantie te lezen is Muggenzifters en mierenneukers; insecten onder de loep genomen van Wageningen Universiteit.(2006). Maar als u meer wilt weten over allerlei grote en kleine insecten, kom dan komend najaar ook eens naar onze Oisterwijkse IVN insectencursus.

Hans Pijnaker  ( reageren via mail)  

Terug naar boven 


logo ElseFluitje van een cent....

Heel wat keren heb ik het gehoord in de weken voorafgaande aan mijn staaroperatie. Een beetje verbaasd en ook niet helemaal gerust luisterde ik ernaar en dacht er het mijne van. En nu een week na de operatie kan ik u verzekeren dat het mij helemaal niet is meegevallen. Het is te doorstaan en het is een ingreep die maar kort duurt, en nee, het is geen fluitje van een cent! Het is de meest verrichte operatie in de westerse wereld: staar. Maar voor een oogarts vraagt het ook om secuur te werk te gaan. Bij een kleine onoplettendheid kun je iets fout doen.

Vanaf een jaar of vijftig wordt de ooglens van ieder mens gelig en troebeler. Uiteindelijk krijgt iedereen staar. Je gaat als het ware door een beslagen raam kijken. Als er niets aan gedaan wordt kan het na een tijd leiden tot blindheid.

oogDe oorsprong van de staaroperatie is niet duidelijk. Wel was zij in de oudheid al bekend bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen. In de middeleeuwen brachten de Arabieren de kennis van de staaroperatie naar Spanje en van daaruit verspreidde die zich over heel Europa. De staaroperatie werd uitgevoerd door zogenaamde ‘staarstekers’ die naast deze operatie ook het ‘steensnijden’ beoefenden. Technisch viel er weinig op hen aan te merken maar ze waren wetenschappelijk volkomen ongeschoold. Met een puntig toelopende naald vaak van goud of zilver, staken ze van opzij in de voorkamer van het oog en probeerden dan de lensmassa van de pupilopening weg te drukken zodat het licht weer bij het netvlies kon komen.

Pas in 1949 waren er oogartsen in Londen die zich bezig gingen houden met de mogelijkheid van lensimplantatie. De eerste kunstlens gemaakt van perspex werd toen geplaatst. En de ontwikkelingen gaan steeds verder. Moesten mensen 25 jaar geleden nog enkele dagen in het ziekenhuis verblijven na een staaroperatie, nu kan iedereen na afloop naar huis. Weliswaar met allerlei aanwijzingen over wat je níét moet doen, zoals de eerste dagen niet bukken, tillen of in het geopereerde oog wrijven en over wat je zeker wél moet doen: drie weken lang je oog druppelen.

En de wereld die er daarna voor je opengaat, waar ook iedereen het over heeft. Voor mij betekent het vooral dat het daglicht helderder lijkt. En voor de rest blijft het nog weken afwachten, de brilsterkte kan tot zes weken na de operatie veranderen.

En wat vond je dan vervelend? Eigenlijk het feit dat je steeds in een fel licht moest kijken zonder met je ogen te kunnen knipperen. (die zaten immers vastgeklemd) Eigenlijk houd ik bij ingrepen het liefst mijn ogen stijf dicht. Ik weet amper hoe mijn tandarts er uit ziet. En probeer mij af te sluiten. Nou dat lukte dus hier mooi niet.

Maar als ik er nu over nadenk was het toch wel een fluitje van een cent, zeker als we bedenken wat mensen in de middeleeuwen er voor over moesten hebben om van hun staar af te raken. Geen druppels, maar waarschijnlijk liters jenever daarna.

Else van Helmond
Terug naar boven   

Van de redactie 

redactie

Colofon Seniorenpagina



Terug naar boven